De Bijbel over de redding van alle mensen

Er zijn veel teksten in het Nieuwe Testament, die duidelijk spreken over wat God wil met de wereld en wat God door Christus heeft gedaan.

Neem allereerst deze tekst:

1 Timoteüs 2:4: God, onze redder, die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen.

Hier staat duidelijk, ook in de grondtekst: alle mensen. Volgens sommige christenen bedoelt de auteur “alle soorten mensen” en moet je dat uitleggen als “sommigen uit elke soort”, maar dat staat er niet! Met vers 1, bid voor alle mensen, bedoelt de auteur ook niet dat we slechts voor sommige mensen uit elke bevolkingsgroep moeten bidden, maar dat we voor alle mensen moeten bidden. Vers 4 is op dezelfde manier geschreven (ook in de grondtekst) en er is op grond van de tekst geen reden waarom het hier iets anders zou betekenen.

Vers 6 is ook duidelijk:

1 Timoteüs 2:6: Jezus Christus heeft zichzelf gegeven als losgeld voor allen.

Allen. Niet “sommigen”, of “alle gelovigen”. Allen.

Verderop in dezelfde brief schrijft de auteur:

1 Timoteüs 4:9-10: Deze boodschap is betrouwbaar en verdient onze volledige instemming. Hiervoor zwoegen en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die de redder is van alle mensen, bovenal van de gelovigen.

God, de redder van alle mensen! Bovenal van de gelovigen. Zij mogen dit nu al weten en “proeven” al van deze genade van God! In de serie Commentaar op het Nieuwe Testament legt P.H.R. van Houwelingen uit dat “bovenal van” net zo gelezen moet worden als in Galaten 6:10: voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten. De zinsnede “bovenal van” beperkt het woord “allen” niet, maar geeft extra aandacht aan een deel van “allen”.

Iets dergelijks als in 1 Timoteüs 2:4 staat in 2 Petrus:

2 Petrus 3:9: De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.

Volgens sommige christenen was de schrijver een paar woordjes vergeten en bedoelde hij eigenlijk “iedereen van u” en “niemand van u”. Maar als hij dat bedoelde, dan zou hij het ook zo opgeschreven hebben. Blijkbaar waren de auteurs van 1 Timoteüs en 2 Petrus van mening dat God iedereen wil redden.

Andere uitleggers zeggen dat in deze teksten niet echt staat dat God iets wil. Zij zeggen dat God twee soorten wil heeft: een “geopenbaarde wil” en een “verborgen wil”. Dat zou betekenen dat God wel openbaart dat hij iets wil, maar dat hij eigenlijk iets anders wil dan hij openbaart! Anderen zeggen dat God een “weerstaanbare wil” en een “onweerstaanbare wil” heeft. Dat betekent dat God ons wel voorhoudt dat hij wil dat iedereen wordt gered, maar dat het ook wel goed is als slechts sommigen worden gered. Het redden van mensen is voor hen blijkbaar iets dat God maar een klein beetje wil.

Dit onderscheid is een verzinsel van theologen om te kunnen beweren dat God niet echt alle mensen wil redden. Ze zeggen bijvoorbeeld dat God het alleen maar verlangt, alsof dat dan betekent dat God de straf niet zal kunnen gebruiken om mensen te bekeren en te redden. Of dat God het helemaal overlaat aan de keuze van mensen. Mensen kunnen natuurlijk verkeerde keuzes maken en dat heeft ook consequenties, maar in Efeziërs 1:11 staat dat God alles tot stand brengt naar zijn wil en besluit. Dezelfde Griekse woorden voor wil en besluit als in 1 Timoteüs 2:4 en 2 Petrus 3:9 gebruikt worden.

Als God in staat is om de wereld zo te ontwerpen dat de straf leidt tot volledige bekering, en we lezen in de bijbel dat God de redding van allen wil (of in elk geval verlangt), dan is het toch niet zo dat er een eindeloze martelstraf is? Als God de schepper van hemel en aarde is, degene die alles heeft gemaakt, dan is hij toch zeker in staat om alles uit te voeren overeenkomstig zijn wil! Als in plaats daarvan God, direct of indirect, mensen voor altijd martelt in de hel, dan zijn alle bovenstaande teksten leugens!

Het is niet zo dat God niet anders kan dan mensen voor altijd en eeuwig in een hel opsluiten. Hij kan wel anders, als hij dat wil. En dat hij dat wil, dat staat in de bovenstaande teksten. Bovendien heeft Paulus ons het volgende meegegeven:

2 Korintiërs 5:14-19: Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. […] Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd.

De verkondiging is ons toevertrouwd! Welke verkondiging? Dat God door Christus de wereld met zich heeft verzoend (vers 19), dat één mens voor alle mensen is gestorven (vers 14). Hoe gaan we met die ons toevertrouwde verkondiging om? Is dit niet het evangelie dat God door Christus alles weer herstelt? En wat heeft de christelijke traditie ermee gedaan?

We lezen dit evangelie ook kernachtig in Romeinen 5:

Romeinen 5:18-19: Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven. Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens alle mensen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van één mens alle mensen rechtvaardigen worden.1

Een kernachtige tekst in een betoog van Paulus over de verzoening die Christus heeft gebracht. Paulus vergelijkt Christus met Adam en stelt dat de genade door Christus overvloediger is dan de gevolgen van de zonde van Adam (vers 14). Deze genade schenkt God aan alle mensen (vers 15). Dit wordt in de bovenstaande verzen 18-19 nog eens samengevat.

Verderop in Romeinen staat Paulus zelfs uitgebreid stil bij een deel van Gods reddingsplan. In hoofdstukken 9 tot 11 gaat Paulus diep in op de vraag of God misschien zijn eigen volk heeft verworpen, nu een deel van de Joden niet gelooft in Christus. Nee, dat is niet zo, God heeft zijn eigen volk niet verworpen, schrijft Paulus. Een deel is verhard, en God wil niet alleen zijn toorn en macht laten zien, maar God wil ook zijn barmhartigheid laten zien! Het verharde deel van Israël moet jaloers worden op de genade die God laat zien bij de christenen uit de heidenen. Israël is nog steeds het volk van de belofte en zal in zijn geheel worden gered wanneer de volheid van de heidenen is toegetreden (11:25-26) en dit zal een nog rijkere gave voor de wereld zijn (11:11-12) dan hun ongehoorzaamheid was, die redding bracht voor de wereld.

Zoals de christenen uit de heidenen eens ongehoorzaam aan God waren maar door de ongehoorzaamheid van de Joden de ontferming van God hebben ondervonden, zo zijn de Joden nu ongehoorzaam om door de ontferming die de christenen uit de heidenen hebben ondervonden ook zelf ontferming te ondervinden. Want God heeft allen onder ongehoorzaamheid besloten, om aan allen ontferming te tonen (11:30-32).

In de brief aan de Korintiërs schrijft Paulus:

1 Korintiërs 15:22: Zoals door Adam allen sterven, zo zullen door Christus allen levend worden gemaakt.

Er waren mensen in de eerste gemeenten die leerden dat de doden niet zullen opstaan en dat de mensen die al in Christus overleden waren ook niet zouden worden opgewekt. Paulus getuigt dat Jezus Christus wel degelijk is opgewekt en dat hij daarom kan zeggen: zoals door Adam allen sterven, zo zullen door Christus allen levend worden gemaakt. Want zoals de dood er gekomen is door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens (vers 21). En daarom zullen zij die al gestorven zijn ook worden opgewekt. Christus eerst, dan zij ook, en uiteindelijk zal God over iedereen regeren en zal de dood als laatste vijand worden vernietigd.

Uiteindelijk zal iedereen God aanbidden:

Filippenzen 2:9-11: Daarom heeft God [Jezus] hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

In Openbaring 5 lezen we zelfs dat Johannes dit zag in een visioen:

Openbaring 5:13: Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’

Dit staat ook in Efeziërs:

Efeziërs 1:8-10: Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.

Uiteindelijk zal iedereen God lofprijzen en belijden dat Jezus Heer is. Is dit gedwongen aanbidding, zoals sommigen beweren? Zou gedwongen lofprijzing tot eer van God zijn? Nee, het is zoals Paulus schrijft:

Kolossenzen 1:19-20: Want het heeft heel de volheid behaagd in Hem te verblijven en door Hem alles met zich te verzoenen, vrede gemaakt hebbende door het bloed van zijn kruis, door Hem, zowel (alles) op de aarde als (alles) in de hemelen.

Dit is een fragment uit een soort gedicht van Paulus, waarin hij schrijft dat alles door en voor Christus is geschapen, hij bestaat in alles en alles bestaat in hem. God heeft door Christus vrede gebracht en daardoor alles met zich verzoend.

Ga zelf na of deze teksten “uit hun verband worden gerukt”, zoals sommige christenen beweren, of dat ze ons werkelijk iets vertellen over wat God wil en zal doen.

Op grond van bovenstaande teksten is het onvoorstelbaar dat velen niet worden gered maar voor altijd gemarteld zullen worden. De eeuwige straf als eindstation, een God die verantwoordelijk is voor een eindeloze marteling, de dood en het kwaad als overwinnaar voor de velen, is dat iets dat in de Bijbel wordt geleerd?

Klik om te lezen wat er in de Bijbel staat over de straf.

1 Letterlijk staat hier: “Kortom, zoals de overtreding van één heeft geleid tot de veroordeling van alle mensen, zo zal de rechtvaardigheid van één leiden tot de vrijspraak ten leven van alle mensen. Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens de velen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van de ene de velen rechtvaardigen worden.”

Advertenties

Reacties zijn gesloten.