Inleiding

Mijn overtuiging is dat de Bijbel een universele verzoening leert en dat de oorspronkelijke christenen niet in een hel van voortdurende eindeloze marteling geloofden, maar in de uiteindelijke redding van alle mensen en het herstel van de gehele schepping. Ja, dat betekent dat iedereen, zelfs de ergste zondaar, uiteindelijk met God en mensen verzoend zal zijn.

De gedachte is overigens niet dat mensen die overlijden automatisch naar de hemel gaan. Sommige mensen verdienen een rechtvaardige straf; niet een straf uit wraak, maar een corrigerende straf. Een straf die gericht is op bekering. Een straf als een heilig vuur dat de ziel zuivert – een misschien pijnlijk en confronterend proces – waarin zelfs de ergste zondaar overtuigd wordt van het kwaad van de zonde en voorgoed verandert in een nieuwe schepping. Uiteindelijk zal dan al het kwaad in de wereld voorgoed verdwijnen, en de dood en de zonde zullen geen smet meer vormen op de schepping.

In plaats van dit goede einde geloven de meeste christenen dat het kwaad en de dood werkelijk voor altijd zullen heersen over de meeste mensen. Als je mensen kent, bijvoorbeeld vrienden of familie, die om de één of andere reden naar de hel gaan – misschien hadden ze seks voor het huwelijk, geloofden ze niet op precies de goede manier, hebben ze de evolutietheorie of de wetenschap niet verworpen, geloofden ze überhaupt niet in God – misschien probeerden ze het wel maar waren ze niet overtuigd? – als die mensen allemaal voor altijd naar de hel gaan, hoe kun je dan oprecht gelukkig zijn in de hemel? Hoe kunnen alle tranen gedroogd zijn (zoals de Bijbel schrijft) als mensen worden gemarteld in de hel? Als ze voor altijd zijn gestorven (zoals sommige christenen geloven) of voor altijd worden gemarteld (zoals de meeste christenen geloven), hoe kan dat dan het resultaat zijn van Gods plan om de hele mensheid te redden en alles te herstellen? Hoe kun je beweren dat de dood volledig overwonnen is als zij voor altijd zijn gestorven? Hoe kun je zeggen dat het kwaad niet voor altijd zal heersen, als zij voor altijd worden gemarteld? Is dat niet het tegenovergestelde van wat een goede, liefdevolle en genadige God zou doen?

Als God volledig goed is en gedreven door liefde en genade, dan kan hij niet in staat zijn om een hiernamaals te ontwerpen waarin sommige mensen voor altijd lijden, zeker niet als hij almachtig is en de schepper van het hele universum. Een wijs en machtig God heeft de gelegenheid en de middelen om een perfecte corrigerende straf te ontwerpen. Als God alles wil herstellen, iedereen wil redden, en als God daar op de één of andere manier toe in staat is, bijvoorbeeld door middel van een passende straf in het hiernamaals, dan kan de traditionele hel eenvoudigweg niet bestaan.

Sommige mensen beweren dat God hier niet toe in staat is vanwege de “vrije wil”. Ik vind dat een slappe smoes die op tal van niveaus niet klopt. Om te beginnen kunnen mensen met een vrije wil van standpunt veranderen nadat ze zijn gestorven, waardoor een correctiestraf juist een heel goed idee is dat daadwerkelijk kan werken. Daarnaast zou niemand met een echt vrije wil keuzes in zijn leven maken waardoor hij of zij voor altijd gemarteld zal worden. Niemand maakt een keuze waarvan hij of zij weet dat deze uiteindelijk leidt tot een eindeloze bewuste marteling, tenzij diegene juist geen onafhankelijke vrije wil heeft. Bovendien heeft een zeer groot deel van de mensheid totaal geen kans om over Jezus te leren, laat staan te geloven. Daar komt nog bij dat een oneindige straf per definitie immoreel en onrechtvaardig is. Het staat namelijk haaks op een van de belangrijkste principes van rechtvaardigheid, namelijk dat een straf proportioneel moet zijn met het vergrijp, en een oneindige straf is per definitie niet proportioneel.

Het Nieuwe Testament leert duidelijk dat God iedereen wil redden. Paulus schrijft meerdere malen dat dit precies is wat Jezus heeft gebracht: de redding van alle mensen. De beschrijvingen in Openbaring zijn ook opvallend: een poel van brandende zwavel is precies wat de oude Grieken zouden opvatten als een religieus reinigingsritueel. Wanneer de “rook van hun pijniging voor altijd opstijgt”, schrijft de auteur in de Griekse grondtekst eigenlijk dat de rook van hun toetsing “voor tijden van tijden” zal opstijgen, waarbij hij verwijst naar het toetsen of beproeven van goud en zilver op een toetssteen, waarbij rook opstijgt vanwege de onzuiverheden en onreinheden in het edelmetaal.

Geen enkele bijbeltekst leert een eindeloze straf. Zelfs in het Oude Testament lezen we dat “God niet voor altijd straft”, Klaagliederen 3:31. Wanneer Jezus bijvoorbeeld spreekt over een “onblusbaar vuur”, dan gebruikt hij een woord dat in de Griekse literatuur gebruikt wordt om een vuur te beschrijven dat je niet kunt blussen, maar dat ook niet voor altijd blijft branden. Als een schip brandt met onblusbaar vuur, dan brandt het schip niet voor altijd. Op een gegeven moment is het brandbare materiaal op. Op een gegeven moment zijn de onzuiverheden uit het goud en zilver verdwenen.

De meest overtuigende tekst is de beschrijving van de straf in Matteüs 25:46, waar Jezus de gelijkenis van de schapen en de bokken vertelt. In de originele Griekse tekst staat “kolasin aionion”, precies het tegenovergestelde van een eindeloze marteling. De Farizeeën leerden een eindeloze marteling en gebruikten “timorion aidion”. We weten via verschillende Griekse en Romeinse schrijvers in eerdere en in latere tijden dat de Grieken het woord “timoria” gebruikten voor een wraakstraf en “kolasis” voor een correctiestraf. We weten ook dat het woord “aionios” de Griekse weergave is van het Hebreeuwse tijdsbegrip “olam”, wat een onbepaalde tijdsperiode aanduidt, zoals een tijdperk, of een eeuw, of “een tijd”. Wanneer “voor altijd” wordt bedoeld schreef men “aidios” en voor “oneindig” werd “ateleutetos” gebruikt. Als hier daadwerkelijk een eindeloze marteling was bedoeld, dan was hiervoor “timorion aidion” of “timorion ateleuteton” gebruikt, net als zoals de Farizeeën deden, die wel geloofden in een eindeloze martelstraf.

De beroemde theoloog Augustinus schreef dat veel christenen in zijn tijd (354 – 430) geloofden in universalisme, wat hijzelf verwierp. Veel theologen beweren tegenwoordig dat universalisme een recente uitvinding is of dat het altijd al een randverschijnsel is geweest, maar dit wordt weersproken, zowel door Augustinus, als door de Bijbel zelf. Gezien hoe duidelijk de originele christelijke teksten universele verzoening leren, is het verbazingwekkend dat zoveel christenen tegenwoordig geloven dat God de meeste mensen voor altijd zal martelen. En natuurlijk zullen er mensen zijn die doen alsof God er niets mee te maken heeft en dat het allemaal eigen schuld is, maar als hij de almachtige schepper van het universum is, degene die de de spelregels heeft bedacht, dan heeft hij er alles mee te maken.

We weten dat keizer Justinianus (482 – 565) de kerk heeft gedwongen om een eindeloze straf te leren. Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat vertalers in de Middeleeuwen het woord “aionios” zijn gaan opvatten als een woord dat “voor altijd” of “eeuwig” betekent, wat nog niet het geval was in de tijd van Justinianus:

The Emperor Justinian (540 A.D.), in calling the celebrated local council which assembled in 544, addressed his edict to Mennos, Patriarch of Constantinople, and elaborately argued against the doctrines he had determined should be condemned. He does not say in defining the Catholic doctrine at that time, ‘We believe in aiõnion punishment,’ for that was just what the universalist Origen himself taught. Nor does he say, ‘The word aiõnion has been misunderstood; it denotes endless duration,’ as he would have said had there been such a disagreement. But, writing in Greek with all the words of that copious speech from which to choose, he says, ‘The holy church of Christ teaches an endless (ateleutêtos) aiõnios life to the righteous, and endless (ateleutêtos) punishment to the wicked.’ Aiõnios was not enough in his judgment to denote endless duration, and he employed ateleutêtos. This demonstrates that even as late as A.D. 540, aiõnios spoke of limited duration, and required an added word to impart to it the force of endless duration.

John Wesley Hanson, Aiõn-Aiõnios, p.74

Het concept van een eindeloze hel kwam in het Christendom niet voor en zou er ook geen plek moeten hebben. Het bestond in het Judaïsme voor en tijdens de eerste eeuw, het werd duidelijk verworpen in het originele Christendom, en opnieuw geïntroduceerd door mensen als Augustinus en Justinianus. Helaas geloven tegenwoordig bijna alle christenen in een eindeloze straf en vinden ze elke vorm van universalisme een van de ergste ketterijen.

Van 2006 tot 2012 heb ik me in dit onderwerp en in de details van het debat verdiept. Een van de vruchten van dat werk is een boekje dat ik hierover heb geschreven.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.